Leerproblemen & -stoornissen

Sommige kinderen ondervinden moeilijkheden op vlak van lezen, schrijven en/of rekenen. In eerste instantie worden er dan extra oefenmomenten op school of thuis ingelast. Soms blijkt deze extra hulp onvoldoende te zijn. Op dat moment kan de stap naar een logopedist(e) worden gezet. Soms gaat het over een achterstand die weer ingehaald kan worden. We spreken dan over een leerprobleem. Bij andere kinderen zijn deze problemen hardnekkig, ook na intensieve logopedische begeleiding. Indien andere mogelijke oorzaken vervolgens kunnen uitgesloten worden, spreken we in dit geval over een leerstoornis (dyslexie, dysorthografie of dyscalculie).

Opgelet: Logopedische therapie bij leerstoornissen is niet gelijk aan bijles. Binnen de logopedie keren we terug naar het niveau waarop het kind uitvalt. We bouwen vervolgens de vaardigheden stap voor stap weer op tot het huidig niveau van de klas.

U kan bij mij terecht voor:

  • Leesproblemen of -stoornissen (dyslexie)
  • Spellingsproblemen of -stoornissen (dysorthografie)
  • Rekenproblemen of -stoornissen (dyscalculie)

Dyslexie

Een leerstoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem bij het aanleren en vlot toepassen van het lezen. Als kinderen leren lezen en schrijven, leren ze letters koppelen aan klanken en klanken koppelen aan letters. In het begin is dit een moeilijk proces, maar door oefening wordt dit proces geautomatiseerd. Bij kinderen met dyslexie is er duidelijk een automatisatieprobleem aanwezig. De leesproblemen zijn ondanks intensieve therapie, zeer hardnekkig.

Signalen:

  • Het kind kent de letters van het alfabet niet.
  • Het kind heeft moeite om het verschil tussen klanken als m/n, p/t/k, s/f/g, eu/ui/u, b/d te horen en te lezen.
  • Het kind heeft moeite om de klanken in volgorde te zetten, zoals bij ‘dorp’/’drop’.
  • Het kind heeft het moeilijk om de aandacht vol te houden.
  • Het kind kan geen reeksen onthouden (dagen van de week, cijfers, …).
  • Het kind heeft moeite met het begrijpen van het gelezen.
  • Het kind leest veel fouten.
  • Het kind leest traag & langdurig hakkend.
  • Er komt in de familie dyslexie voor.

Dysorthografie

Dysorthografie is sterk verwant met dyslexie en beide leerstoornissen komen vaak samen voor. Bij kinderen met dysorthografie doen zich ernstige problemen op vlak van spelling voor. Zo hebben ze moeite met het correct kunnen analyseren van hoorwoorden, het kunnen memoriseren van onthoudwoorden (ei-, au-,…) en het kunnen toepassen van de spellingsregels.

Signalen:

  • Het kind kent de letters van het alfabet niet.
  • Het kind heeft moeite om het verschil tussen klanken als m/n, p/t/k, s/f/g, eu/ui/u, b/d te horen en te lezen.
  • Het kind heeft moeite om de klanken in volgorde te zetten, zoals bij ‘dorp’/’drop’.
  • Het kind heeft moeite om de aandacht te houden bij de ‘klankinformatie’ (gesproken woord).
  • Het kind heeft moeite met het inprenten van spellingsregels (automatiseren & transfereren).
  • Het kind heeft moeite met het memoriseren van onthoudwoorden/-stukjes.
  • Het kind kan geen reeksen of losse gegevens onthouden, zoals woordjes en jaartallen.
  • Er komt in de familie dysorthografie voor.

Dyscalculie

Bij kinderen of volwassenen met dyscalculie verloopt het rekenen moeizaam. de rekenachterstand komt niet overeen met het vermogen van leren op andere gebieden (zoals lezen & schrijven). Mensen met dyscalculie maken ondanks veel en gericht oefenen (bijna) geen vooruitgang. Het automatiseren komt niet of slechts zeer moeizaam tot stand. Vaak heeft een kind met dyscalculie weinig (ruimtelijk) inzicht, moeite met klokkijken en een zwakker geheugen.

Signalen:

  • Het kind heeft moeite met het vergelijken van hoeveelheden.
  • Het kind kan niet in één keer kleine hoeveelheden overzien.
  • Het kind kan de getalrij tot 10 niet vlot opzeggen of manipuleren.
  • Het kind heeft moeite met synchroon tellen (tellen van voorwerpen door ze 1 voor 1 aan te wijzen).
  • Het kind wisselt vaak cijfers binnen getallen om, zoals ’12’ en ’21’.
  • Het kind kan niet gemakkelijk ‘resultatief’ tellen (het aantal voorwerpen niet goed kunnen bepalen).
  • Het kind kan niet voldoende snel vormen en kleuren benoemen.
  • Het kind heeft een zwakke ruimtelijke oriëntatie.
  • Het kind heeft moeite met het (na)bouwen van constructies van blokken/lego.
  • Het kind heeft een gebrekkig richtingsgevoel.
  • Het kind heeft een zwak auditief geheugen.
  • Het kind heeft moeite met het inprenten van reeksen, zoals tafels.
  • Het kind heeft moeite met rekentaal (begrippen die voor het latere rekenen belangrijk zijn).
  • Het kind heeft geen interesse in puzzelen en in activiteiten met tellen.
  • Er komt in de familie dyscalculie voor.