Stotteren

Vloeiend spreken is een ingewikkeld proces. Dit perfect vloeiend spreken kan niet steeds bereikt worden. Soms loopt men vast met het opbouwen van een zin of men komt niet op een woord. Op deze momenten valt een stilte, wordt deze stilte opgevuld met een stopwoord, wordt een woord herhaald of een zin wordt herschikt tijdens de opbouw. Dit zijn allemaal voorbeelden van normale onvloeiendheden, die bij iedereen voorkomen. Deze haperingen vinden steeds tussen de woorden plaats. Er is geen controleverlies of gevoel van verontrusting. Dit komt door de normale ingewikkelde werking van taal- en spraakprocessen. 

Bij sommige mensen wijzen een aantal aspecten erop dat de onvloeiendheden, die iemand vertoont, niet behoren tot de normale onvloeiendheden. Daarbij gaat het niet om een woord zoeken of een zin anders opbouwen. Er doen zich echter ongewild onderbrekingen voor binnenin een woord. De vloeiendheid binnen een woord wordt verstoord. Mensen die vloeiend praten vertonen dit soort onderbrekingen zelden. Het komt wel voor, maar maximum 3 maal per 100 woorden. Als een persoon dus meer dan dergelijke onderbrekingen maakt, wijst dit op stotteren. Deze onderbrekingen noemen we dan ook ‘stottermomenten’. 

De verschillende stottermomenten zijn:  

  • Herhalingen van klanken, lettergrepen of woorden 
  • Verlengingen van klinkers of medeklinkers 
  • Blokkeringen 
 
U kan bij ons terecht voor: 
  • Stotteronderzoek: Tijdens het onderzoek wordt gebruikgemaakt van gestandaardiseerde en genormeerde vragenlijsten en testen. Deze resultaten worden nadien uitvoerig besproken.
  • Stottertherapie volgens de sociaal-cognitieve gedragstherapie: Op deze manier voorkomen we dat het stotteren een heus ‘stotterprobleem’ wordt met de bijkomende negatieve gevoelen en/of gedachten. Tijdens de therapie wordt het spreken gemakkelijker gemaakt. Er worden inzichten gegeven en er wordt geleerd hoe er kan omgegaan worden met (moeilijke) spreeksituaties en het eigen spreken. Er worden vaardigheden aangereikt om te durven spreken in alle situaties.
  • Ouderbegeleiding: Ouders leren hoe zij het spreekgedrag van hun kind positief kunnen beïnvloeden. Ook worden de ouders opgeleid om te kunnen omgaan met (latere) nieuwe spreeksituaties. Om stotteren te wijzigen, problemen te voorkomen, te beperken en op te lossen is de hulp van ouders namelijk onontbeerlijk. Uit effectmetingen van de behandeling blijkt dat het succes in therapie door vele factoren wordt bepaald. Eén van dé cruciale factoren is de mate waarin ouders stotteren kennen en begrijpen, weten hoe het kind op te vangen en te helpen en er daadwerkelijk mee te oefenen. Vandaar dit ouderprogramma ontworpen voor ouders van jonge kinderen die stotteren.
  • Informeren en begeleiding van de omgeving: Voor familieleden of scholen die meer informatie over stotteren wensen, geven we ook voordrachten.  
Om jullie hierin te kunnen begeleiden, volgde Sarah de post-bachelor opleiding specialisatie stottertherapie bij CIOOS aan UAntwerpen.